Geschiedenis

In tegenstelling tot de oudere kanariebroedsels, waarvan de oorsprong dikwijls een zaak van speculatie is, berust de geschiedenis van de Gloster Kweek op een gegronde documentatie.
Het is wel degelijk een recente ontwikkeling voor wat betreft de kanariekweek.
Slechts teruggaand tot 1925 is het een levend bewijs dat de huidige kweker niet minder verbeelding en bekwaamheid bezit dan zijn voorgangers van vroegere generaties.
De naam van Mevrouw Rogerson uit Cheltenham in Glousestershire zal voor altijd verbonden blijven met dit broedsel.
Want zij was het die voor het eerst deze kleine, gekuifde kanaries exposeerde op de Crystal Palace show in 1925.
Een dominerend jurylid van toen, A. W. Smith, herkende deze soort als anders zijnde dan de standaard Gekuifde Kanaries en zag er de mogelijkheid van in om deze soort verder te ontwikkelen tot een welbepaald kweektype.
Hij was toonaangevend in het opstellen van de eerste standaard van uitmuntendheid en in het zegenen van dit nieuwe kweektype met de naam « Gloster Kweek » onder verwijzing naar Mevr. Rogerson’s geboortestreek.
Een befaamd Schots kweker en keurder van Crests, John McLay van Kirkintilloch begon samen te werken met Mevr. Rogerson en na overleg met elkaar kwamen ze er toe tot de opstelling van een basistype.

Met deskundigheid van A.W. Smith, waarvan het boek ‘De Gloster Show Kanarie’, is opgemaakt dat Mevr. Rogerson’s origineel afgietsel werd ontwikkeld door de kruising van gekuifde Roller kanaries met de kleinste beschikbare Borders.
Mijnheer McLay’s voorraad aan kweekvogels bestond uit kleine Crests gekruist met het vroegere ‘wee gem’ type van Border.
Het is daardoor een feit dat de Gloster het resultaat is van een mengeling van drie verschillende kweeksoorten.
Alhoewel het de basisgenen van de drie soorten bezit is het type uitgegroeid tot een wel bepaalde vogelsoort die verschillend is van zijn voorgangers.
Zoals het geval is bij de meeste nieuwe variëteiten was het een trage starter, maar zijn winst aan populariteit is gestadig en nadrukkelijk geweest zodat op de dag van heden dit type in aantal kan wedijveren met gelijk welke kweeksoort in de meeste delen van het land.
Zoals de Fife Kweek is het een levendig, gehard en geprofileerd kweektype en dus gepast voor een beginner.
Maar zoals bij elke kanarievariëteit zijn de exemplaren die geschikt zijn voor topklasse tentoonstelling moeilijk voort te brengen.